8 juli 2018 at 22:23

Algemeen

Via deze pagina’s kunt u onze keuringsresultaten zien van alle jaren. Keuringsresultaten puur alleen in cijfers uitgedrukt zeggen wel iets over de kwaliteit van het dier en hoe je als fokker/inzender op de keuringen gepresteerd hebt en ook hoe sommige dieren zich ontwikkelen (sommige dieren beginnen achteraan en lopen het jaar erop vooraan en natuurlijk ook andersom), maar een dier z’n kwaliteit is zeker niet alleen in kille cijfers uit te drukken en het is vaak jammer dat een dier z’n “kwaliteit” op keuringsresultaten afgerekend wordt.

Eerst even voor de niet actieve keuringsganger hoe een keuring van dwerggeiten verloopt (even beknopt);

De dieren worden eerst opgesplitst in leeftijdklasses, te weten; Lammetjes, Jeugd, Jongere, Oudere en Veteranen. De dieren geboren in het jaar van de keuring worden de lammetjes genoemd (voor 2011 is dat gewoon 2011 dus). Dan de dieren die geboren zijn in 2010 noemen we de jeugdgeiten. Geboren in 2009 en van 1 juli 2008 t/m 31 december 2008 worden dit jaar dan de jongere geiten genoemd. Geboren 1 jan t/m 30 juni 2008 en 2007 en 2006 (in de praktijk gewoon 3 jaargangen) zijn de oudere geiten en geboren in 2005 en daarvoor zijn het de veteranen geiten. Vervolgens worden de dieren binnen hun leeftijdsklasse weer in kleine overzichtelijke rubriekjes verdeeld (soort poule systeem) en worden ze per rubriek gekeurd (meestal stuk of 6 dieren). Het dier moet zich dan eerst even alleen presenteren voor de keurmeesters en worden dan op kwaliteitsvolgorde geplaatst. Als ze allemaal geplaatst zijn (die 6 dieren), dan komt de hele groep in beweging (linksom) en dan kun je nog beter zien of het op kwaliteitsvolgorde staat. De beste dus vooraan en de minst beste komt dan achteraan, evt. wordt er dan nog gewijzigd door de keurmeesters. Aan het einde van de dag heb je al die rubriekjes gehad en dan komen alle rubriekswinnaars per leeftijdsklasse weer terug (dus alle lammetjes die vooraan gelopen hebben komen dan weer bij elkaar). Hieruit wordt de kampioen gekozen en omdat we ook nog een reserve kampioen aanwijzen, wordt eerst de tweede geplaatste van die rubriek ook binnengeroepen, want die kan weer beter zijn dan een andere rubriekswinnares en dan wordt er nog een reserve kampioen aangewezen.

Binnen een rubriek wordt in theorie nog met premering gewerkt. Dit gebeurde 30 jaar geleden nog wel en toen hadden we het over Eerste premie, tweede premie en derde premie en zelfs nog N.P.W. (Niet Premie Waardig, kijk maar bij onze eerste resultaten in 1977). Dat waren trouwens ook jaren met honderden dieren op een keuring en rubrieken met 12 dieren in een ring. Binnen de premie wordt de volgorde met letters aangeduid. Tegenwoordig krijgen alle dieren gewoon een eerste premie en is het dus meteen de volgorde. De eerst geplaatste wordt 1A genoemd, de tweede 1B, derde 1C, etc.

Nu weer terug naar het verhaal en is nu een dier die een 1A behaald heeft kwalitatief beter dan een dier die een 1D behaald heeft? Eén ding kunnen we wel zeggen, een diertje die een 1A loopt is zeker geen verkeerde en heeft in haar rubriek van alle dieren gewonnen en zal zeker veel raseigenschappen hebben en tevens ook goed zijn voorgebracht. Over voorbrengen en voeding vertel ik op een andere pagina wel meer. Eerst even de getallen van de laatste geitennationale van 4 september 2010. Deze getallen zijn verhoudingsgewijs reëel en komen we op alle keuringen qua percentages zo tegen.

De 193 ingezonden dieren waren van de volgende jaren (Nationale keuring 4 september 2010 te Leusden);  

Linda van de Kuzemer

Hier Linda als veteranengeit (en dagkampioen)

  • Lam (2010): 91 dieren
  • Jeugd (2009): 45 dieren
  • Jongere (2008): 25 dieren        
  • Oudere (2007): 15 dieren (in 2010 vielen de 3 jarige geiten bij proef onder de jongere, normaal gesproken bij oudere)
  • Oudere (2006): 7 dieren
  • Oudere (2005): 4 dieren
  • Veteranen (2004): 5 dieren
  • Veteranen (2003): 1 dier.

Hierboven zie je dus het verloop van “keuringsdieren” over de jaren. Een geit is pas volwassen op 3 jarige leeftijd en dan zie je dat er nog maar relatief heel weinig dieren naar de keuring gaan. Even heel bot stellen, maar dit komt er vaak op neer dat de dieren de kritiek de tijd niet overleven en de dieren die nog wel meegaan naar de keuring aangemerkt mag worden als crême de la crême. De 91 geitlammetjes waren verdeeld over 14 rubrieken en dat betekent dus 14 rubriekswinnaressen en 14 1A lammetjes dus. Bij de oudere geiten heb je per jaargang nog maar slechts 1 rubriek en dus maar één 1A. Dit betekent dat nog niet eens qua aantal de 1A lammetjes als oudere geit terugkomen en in de praktijk is het ook nog vaak zo dat die perfecte oudere geit het als lammetje ook vaak (net) niet kon waarmaken. Kan hier nog veel meer redeneringen op los laten en theoriën, maar feit is wel duidelijk dat een 1A lammetje per saldo dus echt niet beter is/hoeft te zijn dan een 1D oudere geit bijvoorbeeld.

Leave a Reply