14 september 2018 at 20:03

In de pas lopen

Mijn vorig verhaaltje over ‘Niet te lang’ gaf geen echte discussie, maar ik hoorde toch al bepaalde conclusies en vooral dat ik de geiten weer korter wilde hebben? Zo heb ik het zeker niet bedoeld en ik zal proberen het verder te verduidelijken. Want voor mijn gevoel wil ik niets anders dan De Standaard en verdedig ik dat juist aan alle kanten.

In het maandblad De Dwerggeit hebben vorig najaar ook paar stukjes gestaan van Sikko Bokma en die gaf ook heel duidelijk en mooi aan, met behulp van foto’s van de Nationaal Dagkampioenen, hoe het type van de dwerggeit door de jaren heen steeds veranderde. Opzich niet vreemd, maar wel vreemd als je weet dat De Standaard al van 1988 is en dat die vrij kort geleden maar minimaal aangepast is en dus eigenlijk door al die jaren hetzelfde gebleven is. Zo hebben we een tijd gehad dat de geiten zo strak moesten zijn dat ze niet eens meer fatsoenlijk gevoerd werden en dat vonden we toen met ons allen mooi en zelfs gewoon. Als ik daar nu aan terugdenk vind ik dat eigenlijk een zwarte periode in onze fokkerij. Maar hoe dan ook, we constateren altijd modetrends en doen daar dan met ons allen aan mee. Hierin zie en heb ik geen verschil tussen keurmeesters en fokkers. Zo’n modetrend gaat vaak ongemerkt en het echte besef komt vaak pas als het te laat is en we met ons allen te veel overdreven hebben.

Ik noem zo’n modetrend dan ook maar ‘In de pas lopen!’ (‘Keurig met alle anderen meedoen’). We vinden met ons allen iets mooi en gaan daar met ons allen op door. Wat echt correct is wordt dan soms aan voorbij gegaan. Soms is dit goed en dat besefte ik de laatste weken weer in mijn andere hobby, namelijk muziekspelen (euphonium) in een fanfare en daarvan hadden we vrijdagavond 11 april ons grote voorjaarsconcert. Ik moet dan thuis ook veel oefenen voor de betere klank, de moeilijke stukjes en het uithoudingsvermogen van de lippen (embouchure) om een uur muziek ten gehore te brengen. Als je dan thuis oefent dan kom je er soms achter dat je het net iets anders speelt dan het eigenlijk op papier staat. Ik zal hier verder niet te veel op ingaan, maar sommige passages in de muziek zijn zo enorm lastig en als je die precies perfect zou spelen wat er op papier staat, dan ben je gewoon beroeps.
Maar ook een interpretatie van hoe je bijvoorbeeld een triool over 2 tellen speelt en de lengte precies goed verdeelt en dan soms ook in combinatie met gebonden noten, dan heeft iedereen weer net een andere manier van spelen. Dan kun je je thuis net iets verkeerd aanleren of juist helemaal correct. Echter als je dan weer in het korps oefent en je moet zoiets met een groepje spelen, dan is het niet meer van belang wie het perfect speelt of wie fout, het moet met elkaar klinken en als het blijkbaar met ‘fout’ beter klinkt of dat ligt hoe dan ook beter in het gehoor, dan gaat het ongemerkt toch op die manier. Hier kun je dan eigenwijs zijn en tegen de dirigent zeggen, zo staat het niet op papier, maar ook die heeft er geen boodschap aan en die zal dan zeggen, bladmuziek is maar een hulpmiddel, ik ben de dirigent en als ik wil dat het zo gespeeld wordt, dan hoop ik dat het zo gespeeld wordt.
Soms is het ook andersom, dan weet de dirigent wel dat we het fout spelen, maar aangezien dit dan zo synchroon door ons allemaal fout gedaan wordt, dat het dus niet meer opvalt dat het fout is, dan laat hij het maar zo. Want in de pas lopen en dus het keurig met elkaar spelen is beter en harmonieuzer. Vooral als je een groot zwaar concert/programma hebt, dan kun je nooit alles perfect doen (we zijn maar simpele amateurs) en dan kost het te veel tijd om alles perfect in te studeren. Dan moet je wel eens sommige passages opofferen om het grote geheel wel goed te laten verlopen.

Over opofferen denk ik dan ook wel eens aan de Formule 1, niet dat ik het vaak kijk, maar hoor er wel eens wat van en zelf vond ik karten ook altijd leuk. Hoorde dan de kreet dat je bij een dubbele bocht de eerste bocht moet opofferen voor de tweede bocht. Stel je hebt twee bochten vlak na elkaar en dan een lang recht stuk. Formule 1 gaat niet om overal het hardst te rijden, het gaat puur om de snelste totaaltijd (en elkaar voorblijven). Als je de eerste bocht snel en perfect neemt, maar totaal verkeerd uitkomt voor meteen de volgende bocht, dan zal je daar zo veel moeten corrigeren, dat je relatief met een lage snelheid uit de tweede bocht komt en daardoor de topsnelheid op het rechte stuk niet of te laat krijgt. Je moet de eerste bocht zo optimaal mogelijk nemen, dat je precies perfect voor de tweede bocht uitkomt en dat je die op maximale snelheid kunt nemen en kunt versnellen.
Als de auto’s geen hinder van elkaar zouden hebben en ze zouden zo samen op de eerste bocht aankomen, dan zal auto A die de ideale lijn voor de eerste bocht pakt en met maximale snelheid door die eerste bocht rijdt, dan zal die een mooie voorsprong op auto B hebben, die even verder nadenkt en juist in de eerste bocht bezig is de ideale lijn voor de tweede bocht te nemen. Dan zal na de eerste bocht auto A ruim voor liggen, echter auto A moet dan helemaal in de remmen voor bocht B en zit zelfs helemaal aan de verkeerde kant. Auto B komt er dan nu mooi naast en vervolgens, omdat die al aan het versnellen is en de ideale lijn al heeft, komt die met een veel hogere snelheid uit de bocht en wordt de voorsprong op het rechte stuk alleen maar groter en zal het uiteindelijk de winnaar zijn.

U zult wel denken, waar gaat dit nu heen? Maar hierin zie ik een mooi vergelijk met de fokkerij. Iedereen is druk bezig met het mooie lammetje en evt. jeugdgeit, maar we vergeten wel eens het uiteindelijke doel en dat is de perfecte VOLWASSEN geit fokken! Als een lammetje en vooral een jeugdgeit al alle verhoudingen en welvingen heeft van een volwassen geit, dan gieren we toch massaal uit de eerste bocht en hoe willen we dan door de tweede bocht komen? We meten al jaren onze geiten en de feiten liegen er niet om. De verhoudingen gaan verschuiven en we weten ook uit ervaring en uit meten dat een dier bij het uitgroeien de echte lengtemaat nog krijgt. Een jeugdgeit van 25% meer lengte dan de hoogte, zal normaal gesproken alleen maar in verhoudingen langer worden en gaat dan al ruimer over de verhoudingen heen.
Nu zeg ik zeker niet dat we die dieren moeten straffen, en ik ben ook groot voorstander van de ideale lengte van tussen de 18 en 25% en ik houd zelf voor het gemak de ongeveer 20% aan. Ook als keurmeester zal ik zeker nog van dieren zeggen dat ze best nog net een streepje langer mogen (ook paar dieren in mijn eigen fokkerij).
Maar ik bedoel hiermee hetzelfde als waar ik me jaren hard voor heb gemaakt voor de hoogtemaat. Ik was en ben geen voorstander van de kleinste dwerggeit. Ik wilde gewoon niet meer TE grote dwerggeiten (echt groter dan 55 cm) en dat was ook niets minder en meer dan dat De Standaard voorschreef. Zelf blijf ik zeggen dat een volwassen dwerggeit van rond de 53 cm de ideale maat is. Zo hebben we nu de kans om nog op tijd de lengtemaat in de gaten te houden, voordat we over 5 jaar weer elkaar aankijken en zeggen, hoe heeft dit weer zo ver kunnen komen!? Zijn we met ons allen te veel bezig met in de pas lopen of pakken we De Standaard er weer goed bij en bekijken dan het mooie plaatje. Hierbij ook vooral oog hebbend voor het fraaie type, de uitstraling, ras en mooie overgangen.

Ik ben nu dan ook heel nieuwsgierig wat we met ons allen nog vinden van de ideale dwerggeit zoals deze in De Standaard omschreven staat. Op dit plaatje heeft de geit ongeveer 20% meer lengte dan de hoogtemaat en dit is het plaatje van de volwassen geit. In De Standaard staat volwassen vanaf 2 jaar, ik maak er zelfs 3 jaar van, want ook dat weten we dat geiten tot hun derde jaar aan alle kanten nog wat doorgroeien en vooral ook in de lengtemaat.

Ik zou graag willen dat hier gestemd wordt en dat is helemaal anoniem (ja, foutje had er eerst unaniem staan, zou ook leuk zijn, maar dat is het al niet meer). Mijn eerste stem staat er al en dat is natuurlijk JA! Ook eventuele opmerkingen zijn natuurlijk welkom en dit allemaal in het teken van, hoe houden we het ras en type mooi? Want daar gaat het uiteindelijk om en maatverhoudingen is de basis daarvan toch? In De Standaard staat ook; Het goede type wordt bepaald door de juiste maatverhoudingen!

Geit volwassen

De Standaard – Volwassen geit

4 comments to In de pas lopen

  • J&J

    Hoi Hilko,
    Duidelijk verhaal. Belangrijk is dat de geitjes niet te lang worden, dat geeft alleen maar problemen met de rug, het bekken en de achterbenen. Te kort en/of te kortbenig past ook weer niet bij een vluchtdier als de dwerggeit. De kunst dus, om zoals jij schrijft, het goede midden op alle onderdelen te fokken. En dat is zeker een kunst, maar ook het plezier.

    • Hilko

      Bedankt heren,

      Ja, het ideale midden is goed balanceren.
      Zeker is dit het plezier en vooral de uitdaging en onder tijd er met ons allen van genieten.

      Gr. Hilko

  • Marinus

    Hallo Hilko,

    Dit is nog eens een duidelijk verhaal.

    Vooral het zinnetje over type spreekt mij erg aan.

    Ga zo door.

    Gr. Marinus Bosman

    • Hilko

      Hallo Marinus,

      Bedankt en type en ras is het belangrijkste toch? Maatverhoudingen is een belangrijke factor daarin. Ik krijg wel eens te horen dat ik wat anders wil, maar ik wil juist De Standaard!

      We gaan zeker zo door. 🙂

      Gr. Hilko

Leave a Reply

  

  

  

Archief