8 juli 2018 at 22:23

Het mooie geitje…

Met de nationale keuring zaterdag in het vooruitzicht en de belofte om “binnenkort” te schrijven over “MAATverhoudingen en het verschil in keuringstechnisch goede dieren (die in de ring presteren) en mooie rastypische dwerggeitjes (die thuis en in het hok mooier lijken)” hoop ik dat dit een goed moment is. Zal het nu proberen kort uit te leggen hoe ik het zie. Het verschil in een diertje thuis en in de ring is bij de meeste keuringsgangers wel bekend en vooral het fenomeen dat het mooie geitje thuis nog niet de topper op de keuring hoeft te zijn. Bijna iedereen heeft ze ook wel in het hok, het diertje die thuis er mooi bij staat en zelfs thuis ook wel wil showen vervolgens zich in de ring niet mooi laat zien en daardoor een mindere plaatsing loopt. Dit tegenover het diertje die thuis wel goed lijkt maar niet zo bijzonder als die ander. Het diertje komt in de ring, showt zich fantastisch, door haar goede show rekt ze zich ook uit en de hals komt er mooi op en de staart draagt ze goed. Door haar spanning op het lichaam en het temperament lijkt het allemaal veel mooier en een betere plaatsing is het resultaat. Is dat terecht of niet? Ja! We hebben altijd afgesproken dat we keuren “ op het moment” en dus wat we daar in de rubriek van het diertje zien. Oost-Nederland had vroeger ook altijd op de voorkant van de catalogus staan; Keuring en Show. Dat zegt meer dan genoeg, we keuren de dieren niet alleen op de onderdelen, het is nog meer de show en hoe dan het totaalplaatje overkomt, noemen we ook wel het Algemeen Voorkomen. Vooral door de manier van vergelijkend keuren en dan pak ik het visuele plaatje er weer bij.

Bij dit plaatje is de vraag waar de middelste cirkel het grootst is (of het kleinst). Beide middelste cirkels zijn even groot, maar we worden misleid door de cirkels er omheen. Zo gaat het eerst met de maatverhoudingen al. Een geit zal groter of kleiner lijken t.o.v. de rest en ook de lengte, borstbreedte en alle maten worden voornamelijk bepaald door de andere dieren er om heen. Zo zal een diertje met gepaste lengte (met gepast bedoel ik dan net genoeg, maar niet over) in concurrentie met allemaal (extreem) lange dieren ineens te kort overkomen. Enfin, zo ook met hoogtemaat en een gemiddeld dier heeft met 2 jaar de hoogtemaat gekregen en zal zo goed als niet meer groeien dan. Vanaf 1 jaar groeien ze gemiddeld nog 5% en een lammetje is natuurlijk helemaal onvoorspelbaar. Natuurlijk kun je als fokker door de ouderdieren goed te kennen meer voorspelling maken over hoe het lammetje en het jeugddier zal uitgroeien. Als keurmeester in de ring gaan we hier niet op letten en moet het “totaalplaatje” kloppen en daar worden ze op beloond. Zo ook het plaatje wat het dier laat zien. Het attente showdiertje met de mooie lange lijnen en krachtige stap zal vooraan te vinden te zijn en het nog te iele lammetje die de kracht (nog) niet in huis heeft en ook de lengte opdruk (nog) niet heeft, zal als lammetje vaak de meerdere moet erkennen aan het showgeitje. Tevens komt er nog bij dat lammetjes heel wisselend showen en dat hebben we de laatste jaren vaak op keuringen gezien. Een lammetje wordt op kop geplaatst (vanwege het mooie algemeen voorkomen en type), maar moet even later het op show afleggen op haar concurrente en uiteindelijk belandt ze op de tweede plaats. Dan ‘s middags tijdens de kampioenskeuring blijkt haar concurrente ook niet te willen showen en daar sta je dan aan de kant van de ring te balen dat jouw diertje er nu niet loopt. Vooral als blijkt dat het dan een afvalrace wordt van, wie showt er nog en wordt de kampioen? De aankomende nationale geitenkeuring hebben we weer iets nieuws en lijkt me een goede zet. De rubrieken van de lammetjes zijn weer ietsje groter dan we de laatste jaren gewend waren, maar nog altijd overzichtelijk met 8 dieren. Ze worden wel gewoon op kwaliteit neergezet en ook de eerste twee en ook als de keurmeesters vinden dat de tweede toch even beter is dan de eerste, dan wel (snel) switchen. Maar niet meer 25 (of meer) rondjes ze laten doorlopen om welk lammetje nu echt op kop moet. Dan komen ‘s middags voor het kampioenschap alle 1A en 1B dieren terug en worden daar rechtstreeks de kampioen en reserve uit gekozen (nee, niet bij een 1B kampioen nog de 1C, dan had die maar meteen bij de eerste twee moeten lopen). De voordelen zijn nu dat je niet ’s ochtends “uit de race” bent, omdat je na tig rondjes toch de andere voor moet laten gaan en het grootste voordeel is zeker nog dat er ‘s middags nu meer lammetjes lopen (12 t.o.v. 7 vorig jaar) en aangezien de helft het helaas toch overgeeft qua show, dat er nu dan nog genoeg keus overblijft om een fraai typisch en tevens goed showend lammetje de titel te geven. Nog meer voordelen is dat het nog spannender is met het bekendmaken van de titels. Normaal weet je altijd eerst de kampioen al en dan pas later de reserve kampioen. Nu keuren de keurmeesters gewoon door (moet wel even overleg komen dat ze voor de reserve titel niet weer de stem aan de kampioen geven, vooral met keuren door twee keurmeesters zou het raadzaam zijn om ze gewoon ook in discussie te laten stemmen zoals ze de hele dag al gedaan hebben en zo de continuïteit tot het laatst te handhaven) en dan maken ze eerst de reserve kampioen bekend en dan de kampioen. Geweldig toch! En natuurlijk kan het best voorkomen dat een 1B kampioen wordt, helemaal niets mis mee. Ik heb zin in zaterdag en zat vandaag al te denken, meestal hebben we al een grote favoriet voor de dagzege. Nu heb ik geen idee bij elke klasse wie de titels pakt en is dit super gezond voor de fokkerij in de breedte.  Diertjes als Ruth van de Optimist en Shanna van de Roomberg, die zowel als lammetje nationaal dagkampioen werden en zelfs als veteraan ook nog nationaal kampioen liepen zijn zeldzaam. Als er weer zo’n apart diertje loopt dan wordt ze zeker kampioen, daar ben ik van overtuigd. Op naar zaterdag…

Leave a Reply

  

  

  

Archief