8 juli 2018 at 22:23

Wat een type

Het was weer een druk weekend, die voornamelijk in het teken stond van de dwerggeiten. Over het weer zal ik maar niet te veel zeggen (schrijven), maar zeker is wel dat het met dit weer voor mens en dier niet leuk is en dat wij niet lang willen staan te koukleumen bij de dieren en dat de dieren zich met dit weer nog niet willen laten zien. Vandaar dat het beoordelen van dieren dan ook niet echt mogelijk is.

Zaterdag ging ik met Jacob en Bertus naar Oost-Nederland, met als hoofdopdracht Shamira 1 v.d. Roomberg op te halen. Aangezien Ronnie een beetje onlosmakelijk is van Jos Buiting en Henk Wesselink, hebben we die ook meteen met een bezoek vereerd. Bij Jos Buiting had de grote selectie al plaatsgevonden en liepen er nog maar paar geiten. De lammetjes waren allemaal dik in het haar en hadden even een mindere periode. Hebben ze wel eens vaker en die zijn echt aan de zon toe en de volgende groeispurt en dan hopen dat het mooie weer terugkomt.

Bij Ronnie Klaassen hadden we even extra tijd en daar werd de inwendige mens goed verwend en had Bertus ook rustig de tijd om de fokker van zijn nieuwe geit eens goed te leren kennen en tevens ook de basis van zijn huidige nieuwe generatie. Immers hij heeft met Rick 1 GR v.d. Kruisberg gefokt en die bok is doordrenkt van het Roombergbloed. Shamira 1 stond er al mooi voor en de verrassing vonden wij het bokje die er bij liep en die ook mee naar Bertus ging. Super correct bokje, met een mooie voorhand, sterk in de ruglijn en hele goede en fraaie achterhand. Mocht misschien een streepje langer, maar met zijn afstamming kan hij niet te kort blijven en ja, gaat het dan alleen om de langste? Die discussie kregen we goed los en de dieren blijven tegenwoordig zo maar niet meer te kort en de echte lengte komt vaak later wel. Natuurlijk is een lengte opdruk wel belangrijk, maar dat ze meteen super lang en ook nog laag op de benen moeten zijn, is ons idee niet echt…

Leuk is dan dat je even later bij Henk Wesselink komt en daar keken we even rond en meteen viel ons oog op een super leuk charmant jeugdgeitje. Ja, zegt Henk, ik vind het zelf ook een hele beste en ik denk de beste jeugdgeit hier. Ja, en was dat de langste in het hok? Bij lange na niet. En toch was/is het de mooiste. Ze stond er natuurlijk ook net gunstig voor, net aan het einde van de dracht. Ze was heel fraai in de voorhand, met een mooie strakke rugbelijning en mooie achterhand, mooi gevuld en niet te diep en vooral heel veel uitstraling. Ja, hoorden we de eigenaar ook mompelen, mooi typetje hè? Ja, juist daar gaat het om. Het mooie type kan een kleine of juist een iets grotere zijn en bij de ene is het gepaste nog wel heel mooi en bij een andere staat veel lengte juist weer mooier. Ook paar mooie geitlammetjes van Dijkgraaf Paul stonden hier (bij Ronnie trouwens ook al een hele aparte gezien, maar die was nog heel jong). Leuk is dat Henk zo weer wat geiten koopt en er dan mee gaat fokken en dan heeft hij weer aparte lammeren. Is niet echt een eigen lijn opbouwen, maar is wel een manier om leuk te combineren en zodoende weer net iets anders te fokken dan de doorsnee fokker (bestaat die dan?). Zo moeten zijn Coolen geiten nog lammeren en heel benieuwd hoe dat avontuur verder gaat.

Maandag ging de auto de andere kant op om vervolgens lekker gereden te worden naar het Limburgse land. Samen met EJ, Sil en Marco naar de stallen van Vaessen, Emile van de Weijer en Peter Kerkhoff. Het gonsde behoorlijk in geitenland dat Vaessen bijna alles weg doen. Uiteindelijk is het verhaal dat ze gewoon 24 dieren willen overhouden i.p.v. de gebruikelijke ruim 30 geiten en dat ze nu al heel snel aan het selecteren zijn gegaan. Helemaal niets vreemds aan en eigenlijk zouden ze zelfs 17 dieren willen overhouden en alleen dan de geiten in de mooie ruime stallen in hun voorste gedeelte willen houden. Ja, wat voor de ene dan niet zo veel dieren meer is, is voor de andere juist heel veel en een fokkerij met 24 geiten per jaar laten lammeren is meer dan een volwaardige fokkerij. Ook hier was de vorstperiode en de kou nog steeds volop aanwezig en was het ook moeilijk om de lammetjes te beoordelen en ook de moederdieren hadden relatief veel lammetjes gebracht en moesten allemaal nog op conditie komen. De nieuwe stammoeder Bessie zet nu haar stempel in deze fokkerij en vooral Bessie zelf kon mij enorm imponeren. Wat een type en wat een ras op die geit en ze houdt die enorme super fraaie voorhand.

De volgende stal was Emile van de Weijer, die nog maar paar jaar bezig is en zich goed aan het inlezen, inleren en ook nog aan het inkopen is en tussendoor al leuke (keurings)resultaten behaald. Zo hadden we hem bij Vaessen al gezien en had hij daar een leuke geit opgehaald en de bekende Brian v.d. Wolfhaag. Voor een 4-jarige bok echt een geweldige bok met super beste maatverhoudingen en wel iets aan de zware kant, maar in verhouding veel lichter dan dat ik wel eens jeugdbokken zie. Ook de upstanding (van kont naar schoft iets oplopend) is er heel mooi ingegroeid en maakt hem echt een hele beste bok. Hier hebben we lekker in het zonnetje genoten, maar wel achter de glazen pui…

Als laatste stal, het was inmiddels al weer 16 uur, naar Peter Kerkhoff. Ik had een heel ander idee van zijn manier van geiten houden en dacht altijd dat hij heel veel geiten had. Daar aankomend zagen we niet eens veel hokken en die waren mooi ruim en de dieren stonden er al op keuringsconditie voor. Wij vonden dat aan de vroege kant, hij zelf vond het geen probleem en maakt niet uit. Ze waren nu al schitterend en hij liet ze samen met dochter Kelly één voor één buiten zien en daar werden we toch even verrast door een stel super de beste en fraaie dieren. Echt mijn complimenten voor deze leuke stel dieren en voor zijn fokkerij die hij nu helemaal zelf opgebouwd heeft en dat in 10 jaren tijd!

We hadden zaterdag al een discussie gehad dat de ‘bandbreedte’ binnen de fokkerij misschien kleiner moest. Als voorbeeld werd genoemd een krielkippenras. Daarbij is het ideaal volgens die persoon zo omschreven dat het weinig ruimte laat voor interpretatie, zoals gewicht en grootte en de hoek van staartdracht (??? weet ik veel, noem maar wat onderdelen), maar ook daar blijft er dan nog genoeg discussie over en ik denk juist dat het goed is dat we toch nog onze marges hebben. We hebben ook met relatief kleine aantallen te maken en dan moet je toch steeds weer door kunnen blijven combineren. Ook het perfecte dier fok je zomaar niet en de perfecte geit x de perfecte bok geeft ook niet het perfecte resultaat. Dit komt dan ook doordat het niet generaties al perfect is en je dus meteen weer terugvalt op de ouderdieren en dan kom je er weer verder vanaf. Enfin, ik vind het zelfs alleen maar interessant dat er leuke marges binnen De Standaard zitten en dat je daar leuk mee kan spelen en als het bijna perfecte diertje er is, dan waardeert iedereen dat ook en dat is dan zeker weer het leukste. Op welke manier je die dan fokt, dat is lekker vrij aan de fokker en zo wil de ene nu ineens het kleine diertje en geeft het alle tijd om uit te groeien, terwijl de andere meer voor het vroegrijpere diertje kiest. Zal ook allemaal wel weer mode onderhevig zijn en als we maar niet overdrijven, dan is er volgens mij niets aan de hand.

Ik vond beide dagen weer super gezellig en leuk en tussendoor ook altijd ontzettend leerzaam. Elkaars fokkerijen beter bekijken en de type persoon achter de fokkerij dan een beetje leren kennen. Maar vooral ook de verschillende types dwerggeiten, die we binnen ons geitenbestand hebben bekijken en per saldo willen we allemaal naar hetzelfde toewerken, maar je persoonlijke smaak geeft altijd net die andere invalshoek en zo krijg je altijd weer leuke en nieuwe ideeën voor een volgende fokronde, want met dat proces zijn we altijd bezig!

1 comment to Wat een type

Leave a Reply

  

  

  

Archief