7 november 2018 at 21:09

Fokken is gokken!?

Fokken is gokken wordt er vaak gezegd.
Met gokken denk ik aan het casino en zie dan het spotje voor me met “Speltip 6: Spreid je winkansen” hierin gaat Anky van Grunsven als gymnaste aan het werk en springt ze over het toestel paard en andere attributen. Op die manier je kansen vergroten werkt natuurlijk niet echt. Voor de fokkerij is het zeker een goede tip. Niet alles op één paard (eh bok) inzetten, vooral met onze fokkerij van hoofdzakelijk boklammeren. We weten nog niet eens hoe de bok zelf uitgroeid en gaan hem al kwaliteiten toebedelen dat we al denken te weten waarin hij goed en slecht is in de fokkerij. Daarvoor zijn natuurlijk veel meer componenten belangrijk. Vooral de ouders en de moeder van de bok. Vaak zien we het type en ras en kwaliteit (en dus ook de fouten) van het moederdier weer terug in de lammeren van de bok. De moeder moet dus goed zijn! Kampioen hoeft ze niet persé te lopen, dat is maar voor paar geiten weggelegd en daarmee moet je soms ook geluk hebben. De bok zelf mag eigenlijk geen echte storende fouten laten zien, want die zal hij zeker doorfokken (slechte dingen komen vaak het eerst naar boven in de fokkerij zeggen we dan maar weer).
Logische redenatie allemaal toch?
Toch blijft het ieder jaar weer ontzettend moeilijk om de geschikte bok te krijgen en aan de andere kant is het soms niet moeilijk. De zoektocht naar de perfecte bok kun je wel meteen staken. Het perfecte dier bestaat niet hebben we al zo vaak gezegd en ik denk soms ook dat wat wij willen ook niet bestaat. Wij willen een dier dat super vierkant op de benen staat, vervolgens een soepele lange stap maakt, we willen een diertje die kaarsrecht in de rug is en enorm sierlijk showt met de hals er hoog op en we willen dat ie in lichaam heel gesloten en correct is en sommige fokkers willen een dier met ‘veel body’ en tevens moet het dier een super luxe voorhand en kop hebben!
Soms vraag ik me af of dat allemaal bij elkaar past en als we de topdieren van de laatste jaren bekijken, dan zien we ook vaak dat het net niet alle combinaties in zich heeft. Of het is aan de degelijke kant en je wilt dat tikje snit er bij of andersom. Vooral soepel bewegen en in stilstand ook super correct en aangesloten zie je volgens mij zo maar niet.Zal hier met respect Ruth v.d. Optimist noemen. Een diertje die de meeste fokkers nog kennen en die volgens mij de meeste nationale titels vergaard heeft. Ze deed dat altijd in de show en dan was ze ongenaakbaar en zo mooi belijnd en zo soepel met super verhoudingen, echter we zeiden ook altijd, in stilstand ‘valt ze een beetje weg bij de schouders’, maar dat was juist de charme van haar. Daardoor kon zij de hals er enorm opzetten en heel soepel bewegen.
Zal hier niet de hedendaagse dieren en fokkerijen gaan bespreken, dat ziet de actieve keuringsganger en fokker zelf wel. Feit is wel dat het ideale dier niet bestaat en dat het steeds schipperen is tussen de degelijke kant en de snittige dieren. Per saldo streven we allemaal hetzelfde ideaal wel na, daar ben ik van overtuigd. Alleen hoe kom je daar het dichtste bij? En zoals gezegd kan het wel? In De Standaard wordt gezegd dat het ideaal is dat het dier, in de vrije kudde of NATUUR, lichamelijk zo optimaal mogelijk zou kunnen functioneren en dat het leggen van extra accenten op bepaalde lichaamsdelen of andere lichamelijke eigenschappen is uitgesloten.
Dan denk ik meteen aan de hertachtigen in de natuur en bekijk die op natuurfilms en bij dierenparken bekijk ik ze ook altijd eens op onze keuringsaspecten. Dan zie je nooit de kaarsrechte rug met de schouders super ingesloten en zie je ook niet dat ze vierkant op de benen staan. Ook hebben ze in verhouding niet super veel lengte. Nu weet ik ook wel dat het best mogelijk is optisch een redelijke rechte rug er in te fokken en dat ze de hals nog mooi kunnen dragen en een lengteopdruk vind ikzelf ook super mooi. Vooral als je de kleinere dieren wilt fokken dan moet je er voor zorgen dat ze niet te vierkant en te blokkerig worden. Dat was de fout waar het in de jaren 80 mee mis ging. Toen werden ze heel klein gefokt (rond de 45 cm!) en werden ze heel zwaar gefokt. Het kleine kreeg de schuld van de geboorteproblemen. Maar ik weet eigenlijk wel zeker dat het probleem bij het type lag. Te zwaar geblokte dieren met zware voorhanden. Ik herinner me in die tijd dat we met een leuke bok op de keuring kwamen en dat we het commentaar kregen dat ie ‘een rib te lang was’ (zou nu zelfs te gepast zijn). Ook bj dierenparken/kinderboerderijen zie je tegenwoordig kleine dwerggeiten en hoor je ook niet veel over geboorteproblemen.
Enfin, denk dat de meeste fokkers al weer een keuze gemaakt hebben voor het bokkenseizoen en deze weken worden de laatste knopen doorgehakt.

Zelf ben ik er nu ook wel uit.
Isa v.d. Kuzemer en Ziva van Carpe Diem komen bij Keroazie v.d. Kikkert (Keroazie is een gronings woord voor ‘levensmoed‘, ik vind hem gewoon dapper en vooral toen hij, met het lopen leren aan de band, mij hard tegen het been ramde… was heel dapper van hem!). Deze combinaties heb ik bedacht omdat ik in deze twee dieren de luxere fijnere voorhand wil hebben en dat is Keroazie zijn plusplunt. Keroazie komt uit de volle zus van Janis 239 v.d. Kikkert (goed voor drie nationale titels) en zijn moeder heeft nog een fijnere hals en mooiere besneden hoofd dan Janis 239.
Dan komen Linda 11 v.d. Kuzemer en Geesje van Carpe Diem bij Formateur v.d. Mekkerpoel. Hier ligt de nadruk op meer peervorm en ribwelving, welke Formateur enorm laat zien. Tevens is de bloedlijn en moeder van Formateur zo geweldig dat ik paar geiten er mee wil proberen.
De overige dieren (7 stuks!) komen allemaal bij Topline 22 v.h. Stapelbroek. Spreiden is leuk, maar als je een beste bok hebt en er vertrouwen in hebt en een beetje lijn in je stal en fokkerij wilt houden cq krijgen, dan moet je denk ik gewoon voor de gemeenschappelijke deler gaan en het merendeel met die bok gaan dekken. Topline 22 sprak me al aan vanaf het eerste moment dat ik hem zag en in het hok is ie ook altijd mooi en showt zelfs thuis gemakkelijk en ook in omgang is ie zo rustig en gemakkelijk. Karakter is ook een groot goed en qua type en bloedlijn verwacht ik er veel van. Vooral in de maatverhoudingen en niet alleen hoogte/lengtemaat scoort ie enorm goed, maar ook in de diepteverhouding. Hij is zeker niet groot, maar ook niet te diep in de borst en dat terwijl hij nu bij ons op dit moment zelfs onbeperkt te eten krijgt. Zelf wil ik de uitdaging aangaan om proberen super luxe geitjes van rond de 50 cm te fokken, maar wil dit zeker door middel van de geleidelijkheid doen en ruim ook echt niet een mooi dier van 55 cm op. Gewoon als het kan steeds proberen een bok te nemen van mooie verhoudingen en goed selecteren.
Over twee weken (vanaf 7 augustus) mogen bij mij de eersten weer gedekt worden en gaan we weer denken aan de volgende fok en gokronde. Heb er nu al weer zin in en heb zelfs al weer ideeën voor het vervolg van volgend jaar… 🙂

Leave a Reply

  

  

  

Archief