7 november 2018 at 21:09

Enthousiast fokker, eigenaar, inzender en keurmeester…

Ja, voel mezelf een behoorlijk enthousiaste fokker en eigenaar van de dwerggeitjes. Probeer ook steeds mijn dieren te verbeteren met de fokkerij en natuurlijk is dit ook wel wat “mode” onderhevig. Zo werden vroeger de kleinste en zelfs gedrongen geitjes enorm gewaardeerd. Was ook het echte dwergtype misschien en van nature was “onze” dwerggeit vroeger ook wel een vleesras. Toen kwamen de problemen met de geboortes en zijn we met z’n allen enorm ver doorgeschoten, met groot (hoog) en meer lengte. Op een tijd was het zelfs zo erg dat we een dier pas echt luxe en snittig vonden als ie enorm op rantsoen stond. Gelukkig ligt die tijd al weer ver achter ons. De Standaard is in 1988 uitgekomen en vorig jaar een klein beetje aangepast. Teken dat we dus in rustig vaarwater zijn gekomen met het ideaal plaatje wat we hebben en in principe streeft iedereen wel hetzelfde plaatje na. Echter je kunt het op verschillende manieren benaderen. Het ideaal, even in woorden, is zeer correcte bouw in alle onderdelen, aansprekend type met harmonieuze verhoudingen en levendig, temperament karakter. Johan Schroten heeft altijd gezegd dat het ideale diertje niet bestaat en mocht je die wel hebben, je die moet doodschieten, want dan is de lol er af. We hebben dus nog nooit een diertje hoeven dood te schieten :-). Ook van hem geleerd dat de fokkerij steeds balanceren is op een heel smal evenwichtsbalkje. Het ideaal zal dan precies het midden zijn en de ene kant is zeg maar de enorme degelijkheid, echter TE degelijk leidt vaak naar stugheid. De andere kant dan meer het expressieve (lange hals, heel besneden hoofd en super temperament), echter dit gaat vaak ten koste van de correcte bouw. In de praktijk is het moeilijk om alles te combineren en daarom zie je ook vaak fokkerijen/eigenaren die (bewust) meer de ene kant op fokken en zich daar sterk voor maken. Voor de totale fokkerij is dat weer perfect. Want als iedereen aan dezelfde kant van de evenwichtsbalk zou fokken (om zo maar te zeggen) dan kom je alleen maar verder van de balk af, i.p.v. er naartoe. Zo heeft de fokkerij met enorm snittige dieren de degelijkheid weer nodig en andersom. Als keurmeester (wat ik aankomende zaterdag weer voor het eerst dit jaar mag doen) moet je je eigen smaak even opzij zetten en constant kijken, hoe is het TOTAALplaatje en alle onderdelen (evenredig) afwegen, maar constant dit in totaliteit blijven vergelijken. Een fout die vaak in discussies gemaakt wordt (maak me er zelf ook wel schuldig aan hoor!) is dat één fout van een dier overbelicht wordt en dat je daardoor het totaalplaatje van het dier te kort doet. Vind zelf altijd de mooie term dat een dier “IN HARMONIE” moet zijn en dat is niet dat er muziek inzit,  maar dat alles bij elkaar hoort en het één mooi geheel is. Als voorbeeld een mooi plaatje hieronder, die je kunt gebruiken voor heel veel uitleggen. Want door onze manier van vergelijkbaar keuren, doen we bijna niets anders op een keuring dan “vergelijken”. Zo spreken we bijvoorbeeld sneller over een geitje van gepaste lengte als ie in een rubriek loopt met allemaal hele lange geiten. Of over een zwaardere voorhand, omdat de voorgangster net een fijnere voorhand heeft. Maar ook bij het dier zelf kunnen de verhoudingen heel anders overkomen dan dat je het dier zou meten. Dit gaat dan allemaal over het optische en aangezien het keuren een jureersport is, houden we dat dus ten alle tijde. In het plaatje hieronder gaat het om de MIDDELSTE cirkel. Waar is ie groter? Natuurlijk hebben we door dat ie beide keren evengroot is, maar zo is het met de dieren ook. Snap ie?

Leave a Reply

  

  

  

Archief