8 juli 2018 at 22:23

Wekelijkse update?

Sorry, de wekelijkse update lukt niet altijd, ideeën zijn er nog genoeg, ‘but time flies’…

Afgelopen weken nog wel genoeg tijd gestoken in activiteiten voor de geiten, zoals NFD bestuursvergadering, waar weer veel bijgepraat moest worden en de dag er op heb ik zelfs een presentatie in mijn Engelscursusclubje op het werk gehouden over de ‘pygmy goats’. Daarvoor had ik o.a. even de foto’s van wat nationale kampioenen opgezocht. Elfje v.d. Wolfhaag kennen de lezers wel. Maar ik heb de nationale kampioenen van andere landen proberen op te zoeken (ik zal de Engelse presentatie niet laten zien, kreeg gelukkig geen cijfer, maar ze vonden het zeer interessant en de geitenkaas vonden ze ook lekker!). Ik kon alleen de Nationaal (dag)kampioenen vinden van Amerika en Engeland. Volgens mij worden in andere landen niet echte dwerggeitententoonstellingen gehouden (België natuurlijk wel en daar zijn ook meerdere stromingen, maar die laat ik even buiten beschouwing). Ook nog even contact gehad met de secretaresse van Amerika en die vond ons type mooier dan die van hun daar… (maar zij is geen keurmeester en ik zal binnenkort met een keurmeester de mailwisseling aan gaan, maar is steeds van… ik stuur morgen even een mailtje die kant op). Maar kijk maar eens naar het verschil en de geit van Amerika lijkt zeker super correct op de benen en heel mooi gevuld…

Cincopa WordPress plugin

Het keuringsseizoen zit er voor de meesten weer op, aanstaande zaterdag zijn de laatste twee keuringen van 2014. De clubshow te Vlierden en onze laatste openshow in Beilen. Slechts twee ‘buitenlandse’ inzenders, maar toch willen we het wel als openshow laten staan. Iemand die wil komen, die komt er graag en het blijkt al jaren dat de laatste show nog altijd een hele gezellige show is met nog altijd beste dieren. Tevens zie je ook vaak dat de meeste lammetjes die op de laatste show nog van zich laten spreken, ook mooie jeugdgeiten worden en is het dus een hele mooie graadmeter voor de ontwikkeling van de lammetjes.

Zelf ben ik nog helemaal fan van mijn Elyssa (wat ook zielsgelukkig betekent en dat ben ik nog steeds met haar) en mijn jeugdgeit Liana. Liana had de pech van dit jaar maar 1 bokje en die heb ik gewoon met 3 maand er bij weg gedaan. Nu is ze gedekt door Cas en uit deze combinatie is zelfs een boklam gewenst. Maar dat is allemaal al met de gedachte aan volgend jaar en ik denk dat Liana dan uitgegroeid is toch een hele mooie jeugdige jongere geit. We zullen zien…

Qua dekbokken heb ik tot dusver Cas v.h. Averheino op vier geiten ingezet en de zwartbonte Gauke v.d. Optimist heeft er drie gedekt. Twee lammetjes wilden nog niet rits worden en is ook nog wel vroeg. Twijfelde ook steeds om die nu te verkopen of wel aanhouden en als ze niet weg gaan, kunnen ze mooi eerst de winter met z’n tweeën in het ‘noodhok’. Neem zaterdag een heel aansprekend (schouw?)bokje mee terug en denk dat ik ze daar mooi mee laat dekken. Ook weer net iets anders dan de rest en dat blijf ik altijd leuk vinden 🙂

Geslaagde Nationale geitenkeuring

Afgelopen zaterdag weer een geslaagde Nationale geitenkeuring gehad. Ik stond als reserve keurmeester op papier, maar aangezien er een keurmeester uitviel, schoof ik door en kon ik weer aan de bak als vervanger en als arbiter. Zo heb ik dit jaar op alle Nationale keuringen (mee)gekeurd; de Belgische Nationale, de bokkennationale en nu op de geitennationale. Vind het natuurlijk een hele eer om te mogen keuren en ook te weten dat je gewaardeerd wordt door de medefokkers (doordat je de stemmen krijgt).

Eerst even mijn eigen dieren. Daar kan ik kort in zijn, die liepen gewoon in het grote veld mee en konden geen indruk maken. Het lammetje Elyssa vind ik zelf bijzonder aantrekkelijk en zie er een hele mooie geit in, maar daar heb je op het moment zelf niet altijd wat aan en in een beste rubriek liep ik een nette 1C. Achteraf was ze ook rits en zaterdagavond en zondag gedekt door Cas v.h. Averheino en heel veel vertrouwen in die combinatie. Isa 5 is als jeugdgeit nog veel te schraal en ik had gehoopt dat dat de laatste weken nog bij zou trekken, maar dat ging niet lukken en zo belande ik met haar op de vijfde plaats. Maakt niet uit, beide dieren zijn volgens mij zeer leuk voor de toekomst en veel vertrouwen zo in deze fokkerij.

Over vertrouwen in de fokkerij, die heb ik zeker afgelopen zaterdag nog meer gekregen in de twee bokken die ik dit jaar inzet voor de volgende fokronde. Zo gebruik ik de zwartbonte Gauke v.d. Optimist. Deze bok komt uit de fraai typische geiten van Pieter Sibma, welke qua bloedlijn heel dicht bij Jannie (reserve kampioen jongste geitlam) en Marieke v.d. Optimist zit. Vooral de soepele bewegingen en de afgewerktheid van deze dieren spreken mij aan en in het bokje zit ook een enorm natuurlijke attente houding en show. Het andere bokje is Cas v.h. Averheino en daar zullen we nu zeker zuinig mee omgaan. Zat nog eens naar zijn afstamming te kijken en welke dieren afgelopen zaterdag weer boven zijn komen drijven. Cas zijn vader is Meeuwes v.h. Kastelendorp en dat is een Loekie v.d. Vossehoeve x Loucka v.h. Kastelendorp. Loekie heeft op de bokkendag weer even laten zien dat hij hele mooie typische geiten kan fokken en helaas was geenéén van het kampioensdrietal afgelopen zaterdag aanwezig, maar we hadden ze dus al gezien. De fraai zwartbonte Loucka pakte nu zelf weer een nationaal kampioenschap bij de oudere geiten. Zo is de vaderkant zeker goed van Cas te noemen. Dan de moeder, dat is Ursela 394 v.h. Averheino. Die komt weer uit Ursela 326. En Ursela 326 blijkt de topvererver bij Rik Bruggink te worden. Dochter Ursela 375 werd reserve kampioen bij de oudere geiten en kleindochter Ursela 457 werd kampioen bij de jongste geitlammeren en imponeerde ons allen enorm. Vooral dat plaatje welke Ursela 457 laat zien, dat herkennen we ook in Cas en vooral ook de fraaie voorhand en hals en vooral de overgang van hals naar lichaam.

Zo maken we ons al op voor volgend jaar, maar eerst over dik 2 weken nog onze laatste show. Hiervoor heb ik nog 6 geiten en natuurlijk Cas opgegeven. Het seizoen voelt wel wat voorbij, maar toch is de laatste keuring nog altijd een super gezellige keuring en meestal nog mooi weer en vaak is de laatste keuring nog een goede indicatie van de kwaliteit van de lammetjes. Vaak zie je de lammetjes die dan vooraan lopen het volgend seizoen als jeugdgeit ook weer als mooie jeugdgeiten. En misschien heb ik dan de jeugdgeiten eindelijk eens op keuringsconditie… ik heb er nog zin in 🙂

Ieder seizoen weer zijn eigen en dezelfde discussie?

Afgelopen weken met verschillende personen wat gesproken en nagepraat over dit seizoen, die nu bijna ten einde is en de bokkendag in het bijzonder en eigenlijk leken al die discussies op elkaar. Ik dacht leuk onderwerp voor mijn site en ga nu zitten en dacht, hé volgens mij heb ik vorig jaar ook al eens ditzelfde wat bedacht en ja hoor. Die heb ik toen 30 augustus geschreven. Toeval of niet? Dat betekent dat we wel consequent zijn in de discussies, en dat het ons ook niet vreemd is.
Het stuk waaraan ik dacht heette vorig jaar;  Tentoonstelling, Keuring of Show?

In dat stuk beschrijf ik ook het verschil in vergelijkend keuren (show!) of op puntensysteem en dat is een dier op ieder onderdeel op punten waarderen en zo kom je tot een optelsom van de kwaliteit van het dier. Dit laatste wordt nooit meer gedaan en is ook nooit echt ingeburgerd bij de dwerggeitententoonstellingen. Als ik naar andere diergroepen kijk dan is dat er wel. Zo heb je bij ‘grote geiten’ (de Toggenburgers, Nederlandse Witten, Nederlandse Bonten, Nubische geiten, Boergeiten, Landgeiten, etc.) echt wel deze verschillen. Je hebt de keuring (show) waarin ze eigenlijk net zo gekeurd worden als onze dwerggeiten en dan krijgen ze premies en komt gewoon de 1A en 1B (standaard bij de meeste geitenkeuringen) terug voor het kampioenschap en tegenwoordig met summier uitleg wordt de plaatsing becommentarieerd. En los daarvan heb je ook een opname in het stamboek. Dit gebeurd door keurmeesters die ook inspecteur zijn. Bij deze methode wordt ieder onderdeel los bekeken en puur op punten gewaardeerd en de som van die punten geeft de totale kwaliteit van het dier aan.

Als je een dier helemaal ontleedt en alleen per los onderdeel gaat bekijken en die punten gaat geven, dan kom je soms tot een hele andere totaalscore dan dat je het dier meer in z’n geheel ineens gaat beoordelen. Denk aan een storende fout, die zal in het geheel meteen opvallen en je zal het dier daarop straffen. Echter met punten geven dan kan het dier op alle andere onderdelen nog zo hoog scoren dat het toch nog heel goed uit de verf komt. Of het dier die in alle onderdelen heel best is, maar niet zo mooi showt en weinig temperament en uitstraling heeft of zelfs in type minder is, zal met punten meer kunnen krijgen, dan het fraai typisch mooi showend diertje die her en der toch wat moet incasseren op de onderdelen. Wat is nu belangrijker?

Deze vraag wil ik eens echt aan de lezer stellen, want de discussies komen iedere keer weer langs en dan heb je vaak genoeg; hoe kan het dat dat dier zo hoog scoort terwijl dit en dat er nog aan mankeert? Mijn simpele antwoord is dan altijd omdat er geen beteren op dat moment zijn. De diepere vraag is natuurlijk ook van komen tegenwoordig op de keuringen wel de beste dieren boven drijven of keuren we toch te vaak in ‘de waan van de dag’? En mag je de uiteindelijke kampioenen in de rubriek al ongezouten kritiek geven, want geen diertje is immers perfect. Ik heb gemerkt dat dit ook wel gewaardeerd wordt, maar dan moet je wel de hele dag ontzettend consequent zijn en echt ook ALLE dieren op dezelfde manier het commentaar geven en dat is dan ongeveer; van het type iets zeggen (maatverhoudingen horen bij het type), uitstraling, show, maar vooral ook de bouw en de onderdelen daarvan en de benen EN het gebruik daarvan. Dit is enorm omslachtig en tijdrovend en voor een keurmeester inspannend. Dit lukt je wel op een niet te grote keuring en vergt veel tijd. De aankomende nationale is daar niet echt geschikt voor en ik denk ook dat de doorgewinterde inzender echt wel door heeft wat de sterke en zwakke punten van zijn dieren zijn. Echter waar iedere inzender terecht onvrede mee heeft, is dat het gevoelsmatig niet altijd consequent gebeurd en zelfs niet op 1 dag. Dit heeft ook meerdere redenen en komt vaak ook uit ‘goedheid’ van de keurmeesters die dan kort commentaar geven en denken het is wel goed zo (doe ik soms ook, als je iets niet benoemt, dan zeg je het ook niet fout toch???). Enfin, bij een echte topper die meteen aanspreekt in type, show, uitstraling, maar ook nog eens goed is in zijn onderdelen dan is het niet moeilijk en wordt die zonder meer goed beloond.
Echter we hebben tegenwoordig zo’n grote ‘grijze’ (bruin, zwart, stippel, bont, etc.) massa dat je daar soms alle kanten mee op kan en wat vindt de inzender nu echt belangrijk van een keuring?

Hier wil ik eens een stemronde voor maken en dan zelfs drie opties geven:

De eerste is dat je het totaalplaatje van Algemeen Voorkomen, Type, show en uitstraling vooropstelt boven de losse optelsom van de onderdelen, ik noem dit meer ‘de show’. Vooral type is hier de rode draad en de showelementen (souplesse!) en natuurlijk voor de rest niet echt storende fouten. Het commentaar kan hierbij ook kort en bondig en een show blijft echt een show.

De tweede methode is meer het dier echt helemaal op onderdelen ontleden en aan de hand daarvan ook de plaatsing meer doen. Hiervoor moet nog meer in stand gekeurd worden en zeker veel rustiger door de ring gelopen worden, om alle onderdelen goed te kunnen beoordelen. Dit is echt op kwaliteit van de onderdelen. Show speelt natuurlijk een rol, want een onderdeel is natuurlijk ook de staart dragen en de voorhand mooi aangesloten en de halsaanzet en het hoofd mooi gedragen. Maar toch als je alle onderdelen punten geeft, dan zul je zien dat je een heel ander resultaat kunt krijgen dan de eerste methode. Vooral de benen (stand, gebruik) krijgen dan nog meer waardering en de andere onderdelen.

Dan heb ik nog een derde optie en dat is wel beiden. De tentoonstelling is dan de show, met nadruk op de showelementen en het aansprekend type (zonder storende fouten in de onderdelen) en DAARBIJ de mogelijkheid om je dieren op te laten nemen in het stamboek. Dit kan vanaf jeugddier (voor bokken zeker en bij geiten zou ik nog liever hebben vanaf 2 jaar). Die opname zou je bij het dier kunnen voegen en vooral bij bokken. Maar ook als je een volwassen geit hebt en voor ingewijden als die dan opgenomen wordt met AB88 punten of zelfs A90 punten en de punten op de onderdelen staan er ook bij. Daar heb je zelf wat aan, maar ook een collega fokker, want die weet dan welk dier (c.q. fokkerij) juist de goede pluspunten heeft die jij in jouw dieren wil verbeteren.

Ik ben benieuwd en zeker weer veel zin in aankomende zaterdag, waar we weer kunnen genieten van onze mooie hobby en de leuke contacten die we met elkaar hebben en daar mag best gediscussieerd worden.

Archief