19 november 2018 at 23:15

Voordeel van bok in het hok

Afgelopen weekend het extra voordeel van een eigen dekbok in het hok weer ondervonden. Ten eerste is het al super gemakkelijk dat je met een ritse geit niet hoeft te reizen en ik ben zelf ook geen voorstander meer van geiten uit logeren brengen. Zo kwam vorige week Linda 11 na de 5-6 dagen weer terug en dat is gewoon goed. Nu zaten er een groepje rond de 3 weken en dan schouw je ze toch even aandachtiger. Aanvankelijk leek er helemaal niets rits, maar toch maar met de bok er bij langs en dan even 1 voor 1 de deurtjes open van de geiten die een risicovolle periode hebben (dat is dus altijd tussen de 5 en 7 dagen na de dekking en dan weer rond de 3 weken). Alhoewel Isa 5 nog maar op 18-19 dagen zat, ging mijn moeder toch met de bok extra goed bij hun langs (en eigenlijk meer omdat haar hokgenootje Isa 4 net door de 3 weken zou zijn) en ja hoor, ze bleek gewoon ‘stil rits’. Ja, totaal geen gemekker en ook geen ander gedrag in het hok, maar bij het aanschouwen van de bok bleek ze toch echt rits te zijn. Vrijdag en zaterdag zelfs. Gelukkig dus maar met een bok in het hok, want anders hadden we het nooit gemerkt en zit je mooi met een beste guste geit in het hok.

Het dekseizoen wordt hiermee verlengd en dus ook het aflammerseizoen. Ik vind dat persoonlijk niet erg. Anders hadden we drie geiten op 1 dag en nu wordt dat wat uit elkaar getrokken en uit deze combinatie zou ik misschien best een leuk bokje willen overhouden en dan is het helemaal gunstig dat die niet te vroeg wordt geboren. Kan hij mooi nog wat buiten spelen in de kudde voordat hij bij de moeder weg moet. Want dat is het grote nadeel van de vroege (januari) boklammeren. Die moeten al gespeend worden op het moment dat de dieren lekker weer iedere dag naar buiten kunnen. Zo heeft ieder nadeel weer zijn voordeel.

Alle geiten gedekt

Alle geiten zijn nu gedekt. Oude Linda 11 is al weer de hekkensluiter en hiermee heeft ze nog enorm geluk. We hadden al besloten dat als ze nog een maand zou wachten, dat ze weg mocht. Nu dus vermoedelijk nog een fokronde met haar.
Heb dit jaar veel op Pedro van het Chaletje ingezet en heb dat veel vaker gedaan en dat bevalt me vaak het beste. Eén bok op (bijna) alles inzetten. Behalve dat het gemakkelijk is, geeft het vaak ook net wat je wilt.  Zoals vorig jaar toen ik ontzettend veel vertrouwen in Topline 22 had en hij dat gelukkig ook waargemaakt heeft. Topline 22 was een bok die echt dichtbij het ideale type voor boklam zat en daarom ook de winter doorgehouden om te (laten) zien dat hij er ook mooi in zal groeien. Dat was het geval en dat geeft je dan meteen nog meer vertrouwen. Vandaar dat ik dit jaar ook rigoureus met de selectie voor de lammetjes ben gegaan.
Voor volgend jaar denk ik nu anders. Wil dan zuinig zijn op vooral de jeugdgeiten en daarom hoeven er vermoedelijk maar paar lammetjes aangehouden te worden. Dat past precies in mijn strategie met Pedro. Verwacht van Pedro iets aparts, maar dus niet in de breedte. Hoeft ook niet, maakt het selecteren dan alleen maar gemakkelijker en je weet nooit uit welke combinatie de beste geboren wordt. Gelukkig niet en dat is voor iedere fokker hetzelfde. Je moet de combinaties wel zo maken dat het mogelijk moet zijn om leuke dieren te fokken, maar voor de rest moet de factor geluk het afmaken.
De eerste die lammetjes krijgt is Geesje en dat is rond de jaarwisseling en met deze donkere dagen gaan we al hard die kant op…

Levensduur

Zo, weer terug van een weekje Turkije en daar was het vooral overdag nog super mooi zonnig weer. We hadden een all inclusive resort en dat is echt luxe. 24 uur per dag kun je dan eten en drinken. Bij het rondje op het resort die echt aan zee lag en zijn eigen privé strand had, zag ik al een hele rij bruine potvissen die aangespoeld waren. Ze lagen wel super netjes op de ligbedden en ze wentelden ook nog mooi op tijd. Aan het geluid wat ze nog konden produceren constateerde ik toch dat het voornamelijk Nederlanders en Duitsers waren. Begrijp dan niet dat paar weken geleden net het nieuws kwam dat van de meisjes die nu geboren worden, de helft meer dan 100 jaar zal leven. Ik begrijp dat de welvaart goed is, maar dit is een welvaartsvirus die mij zeker niet goed lijkt en lijkt mij de levensduur niet te bevorderen.

Op de vakantie heb ik eindelijk eens tijd om te lezen en dat is heerlijk ontspannend. Tip die ik kreeg dat de boeken van Jan Terlouw lekker leesbaar waren. Ik begon met Oorlogswinter en dat was wel een schril contrast met hoe wij daar leefden. Het ging over de oorlogswinter van 1944/45 en daarin was een jonge man de held in het boek. Vervolgens het luchtiger (kinder)boek van hem genaamd ‘Koning van Katoren’ en daarna nog ‘Zoektocht in Katoren’. Prachtig en leuk leesvoer en ik kreeg toen pas ook door dat deze Jan Terlouw de Jan Terlouw van de D66 was. Over de politiek zal ik het niet hebben, maar keek toch even op Wikipedia wat ze van Jan Terlouw schreven en dat klopt echt wel hoe ik de boeken ook las.
In de boeken van Jan Terlouw dringt vaak de boodschap van de democratie, het vrije woord, het liberalisme en anti-extremisme door. Hij laat zien dat aan deze onderwerpen meer kanten zitten, dat je problemen van alle kanten moet bekijken voor je een beslissing neemt. Zijn hoofdpersonen zijn inventieve jongeren, die op een originele manier met die problemen omgaan. De jongeren leren veelal de zaken niet simpelweg te accepteren, maar kritisch te bekijken.
Jan Terlouw doet dit op zo’n leuke manier dat je jezelf als lezer ook een strijdlustige jongere voelt en ook zin krijgt om tegen onrecht in te gaan. Voorbeelden van extremisme doet hij in zijn boek met zoveel humor, zoals een stadje Regelrecht waar zoveel regels zijn, maar de mensen er zelf helemaal aan gewend zijn. Tot er dus een jongeman komt en die alles heel objectief en kritisch bekijkt.

Soms mis ik dit soort zaken ook in ons dwerggeitenwereldje. Alles eerst eens van alle kanten (kritisch) bekijken en dan pas eens overwogen beslissingen nemen. Zoals paar jaar geleden dat er op een landelijke vergadering gewone zakelijke kritische vragen gesteld werden, waarop achter de bestuurstafel het antwoord kwam; we doen het zo en anders niet. Dat is natuurlijk geen democratie en het vrije woord wordt dan ook niet echt gehoord.
Nou ja, dat zijn dan dingen die ik tijdens het boek lezen dan zelfs nog zit te denken en dan heb ik het voordeel dat ik binnen de dwerggeitenwereld (ook al ben ik nu al 45 jaar) nog altijd als jongeman wordt beschouwd. Dus ja, moet ik dan toch maar kritisch en hopelijk inventief zijn? Al wordt het vaak op korte termijn niet altijd gewaardeerd, maar we gaan toch voor de lange termijn, dat is het voordeel dat je nog jong bent toch?

Bij terugkomst in Nederland lag er weer het maandblad De Dwerggeit en het valt zeker niet mee voor de redacteur(en) om die iedere maand (oké, 9 keer per jaar nu) weer leuk gevuld te krijgen en vrijwilligers voor verhaaltjes melden zich ook niet echt aan. Tot mijn verbazing stond er een super leuk geschreven stukje over ‘Type verandering van de dwerggeit door de jaren heen’ in en frappant is ook dat we al een rasstandaard hebben vanaf 1988 en dat die 3 jaar geleden maar een heel klein beetje aangepast is, maar dat het type toch wel heel veel veranderd is. Vooral de conclusie die ik er uit haal is dat steeds ieder type verheerlijkt werd, maar dat we niet steeds het echt aan het vergelijken waren met de rasstandaard. De waan van de dag wordt gebruikt voor de fokkerij? Zoals de lengte van de dieren, waar ik ook al vaker over geschreven heb. Daar schieten we vooral in door en dat verheerlijken we nu dan ook nog eens? Zal niet op het maandblad reageren, want reageer niet op een persoon die niet onder zijn eigen naam schrijft. Je gaat de discussie aan of je gaat hem niet aan toch? De vraagstelling is wel super en ja, moeten we de levensduur van de rasstandaard aan de kaak stellen of moeten we ons toch weer meer conformeren aan De Standaard?

Archief